Hoe is het eigenlijk met..: Herman Telle

Interview met Herman Telle:

Ik wilde elke vier of vijf jaar iets geheel anders doen

Door: Hans Tromp

Herman Telle stond al een poosje op mijn lijstje, maar plotseling kwam ik hem tegen op een bijeenkomst bij de Oekraïense vlag. Deze vlag van twintig meter lang en drie meter hoog
hangt pal voor de Russische ambassade en is een protest tegen de verwoestende oorlog die de Russen begonnen zijn tegen Oekraïne. Zo’n honderdvijftig vrijwilligers houden daar elke dag tussen 8 en 6 om de beurt één uur de wacht. Zo ook Herman en ik.

Herman ken ik van een Pool projectleiders die ik ooit in opdracht van HRM mocht opzetten. Toen Ik Herman voor het eerst sprak vroeg ik hem ‘wat wil je worden?’ en hij antwoordde: ’Dat weet ik nog niet, als het maar elke vier of vijf  jaar iets anders is! Deze Hogeschool is groot genoeg om dat je hele loopbaan te kunnen doen.’

Voordat hij bij de Haagse Hogeschool kwam werkt hij als locatiedirecteur op het ROC (later Mondriaan red.) en daarvoor als adjunct-directeur van een school die deelnam aan het landelijk Middenschoolproject. Bij de hogeschool verzorgde hij het programma Communicatieve Vaardigheden bij de opleiding Commercieel Ingenieur .Mijn broer Leo gaf me de tip dat daar nog een vacature was.  Dat was in aanvang nog in de Wegastraat.

In die periode was hij ook  zes jaar voorzitter van de sectorale medezeggenschapsraad (SMR) bij Techniek en later lid van de Hogeschoolraad. Een heikel onderwerp in die periode was de omstreden ‘Plaats en tijdgebondenheid’. Die werd door de directie plotseling opgelegd aan alle docenten. Ze moesten (na de kerstvakantie) plotseling tussen half negen en vijf uur op school zijn. Een probleem: er waren geen werkplekken op de Wegastraat. Daar brak dus de pleuris over uit: tijdens het overleg met de directie en de SMR waren er wel honderd boze docenten aanwezig. De maatregel is in een afgezwakte vorm toch ingevoerd, maar pas toen er in het gebouw aan de Laakhaven echt voldoende werkplekken waren.

Wat waren de belangrijkste dingen die je deed bij de Haagse Hogeschool?

Dat waren er veel en zeer verschillende, maar een ding wil ik er wel uit pikken: TechnoTalent. Dat moet ik een beetje toelichten. Het was mij opgevallen dat het HBO nauwelijks belangstelling had voor de instroom van studenten. Docenten en management hadden o.h.a. geen notie van het middelbaar onderwijs, terwijl in die periode net de zgn. Tweede Fase profielen waren ingevoerd. Daarmee kwamen er wijzigingen in de onderwijsbeginsituatie van onze propedeuse studenten. Daar kwam bij, dat er toen (en nu nog) juist veel behoefte was aan studenten die kozen voor Techniek. Wij hebben een concept ontwikkeld in de driehoek ‘Jongeren, bedrijven en ‘state of the art’ onderwijsprogramma’s. Deze zgn. driehoek combinatie moest de identiteitsontwikkeling van aankomend studenten, in samenwerking met het bedrijfsleven en onderwijs versterken. Daarbij was een aanpak gericht op identiteitsontwikkeling door dialoog een belangrijke motor. Studenten van de hogeschool vervulden een mentorrol voor de leerlingen in het VO, en de leerlingen in het VO deden dat voor kinderen in het basisonderwijs. Zo ontstond er als het ware een ketenaanpak die de leerlingen hielp bij het ontwikkelen van hun identiteit en dus ook bij het maken van veel bewuster profiel- en studiekeuzes. De samenwerking tussen de experts uit de bedrijven en het onderwijs voedden die ‘identiteitsdialoog’ met de leerlingen met inhoud.

Dit initiatief leidde tot de vraag van Jean Jaminon, of ik als programmaleider n.a.v. dit concept niet een lectoraat wilde starten. Daar achtte ik mezelf onvoldoende competent voor maar de lector die dat ging doen, heb ik wel zelf gevraagd: Frans Meijers. In Nederland een fenomeen op het gebied van identiteitsvorming. Zo begon het toenmalige lectoraat Pedagogiek van de Beroepsvorming. Zelf werd ik lid van zijn kenniskring. Frans is inmiddels helaas overleden.

Maar het belangrijkste: de instroom in Techniek is in die periode drastisch gestegen (15 tot 20%). En het heeft nog iets anders opgeleverd waar ik heel trots op ben: het project Ingenieur en Docent: zestig van deze mentorstudenten bij de Haagse Hogeschool hebben een minor gevolgd gericht op het lesgeven en zijn na hun bacheloropleiding naar de lerarenopleiding gegaan en hebben daar hun onderwijsbevoegdheid gehaald. Daarvoor hadden we een overkomst met de Hogeschool Utrecht. Ze studeerden dus gewoon af in hun studierichting op de HHS. Maar zo kwamen ze dubbelgekwalificeerd op de arbeidsmarkt: èn (hts)ingenieur èn bevoegd docent. Al snel kwamen er HHS studenten op af van ook niet-technische opleidingen. Daarmee losten we ook een deel van het lerarentekort op. Ik hoop niet, dat deze waardevolle minor inmiddels gesneuveld is. TechnoTalent is later doorgegaan als Jet-Net (Jongeren en Technologienetwerk Nederland red.) waar ik de eerste landelijk directeur van werd (uitgeleend door de Haagse Hogeschool). Het bestaat nog steeds met in het bestuur o.a.  5 multinationals.

Een tweede punt waar ik trots op ben is de wijze waarop we als Haagse Hogeschool onze maatschappelijke betrokkenheid hebben getoond bij de ontwikkeling van jongeren in de wijk Laak: Jongeren Laak Noord. Hulp bij belastingaangifte voor buurtbewoners bestond toen al.  Het geheel was rijp om verder uit te  bouwen.

De officiële start werd in een volle aula gedaan door toenmalig burgemeester Jozias van Aartsen samen met Rob Brons onder het motto: de Haagse en Laak, we zijn immers buren! En zo kon bijvoorbeeld de directeur van het Jeugdtheater in Laak met een personeelsvraag terecht bij iemand van de afdeling HR van de Haagse Hogeschool. En een startende ondernemer uit Laak die vast liep, bracht ik in contact met een docent ondernemer van de sector E&M. ik was toen voorzitter van hun bestuur. Ik hoop dat het nog bestaat.

Wat vond je het vreemdste, leukste, ontluisterendste binnen de Haagse Hogeschool? En wie vond je een belangrijk persoon?

Wat ik wel ontluisterend vond in die periode was het gebrek aan expertise over onze doelgroep, het (potentieel aan) studenten die bij ons instromen. Dat er toen nauwelijks contacten waren tussen de hogeschool en het toeleverend onderwijs. Daartoe heb ik in opdracht van het CvB een zgn. samenwerkingsverband vo-ho opgericht. Er namen 17 toeleverende vo-scholen aan deel en er startten werkgroepen van docenten HHS met docenten van vo-scholen. Later is de samenwerking veel structureler geregeld.

Erg leuk vond ik de mogelijkheden en de vrijheid die de Hogeschool bood. Ik kreeg echt de ruimte voor ondernemerschap binnen de organisatie. Ik kon mijn eigen projecten draaien en kreeg, uiteraard in goed overleg, heel veel ruimte vooral van Els Verhoef (toenmalig lid van het CvB red.). Ik was in dienst bij de hogeschool, maar stond officieel niet op de loonlijst. Voor mijn salaris en dat van mijn medewerkers kreeg ik jaarlijks een factuur van de HHS.  Dat was de deal.
Ik werd betaald uit de project inkomsten (3,5 ton per jaar) die ik zelf verwierf samen met TechnoTalent collega’s en relaties van TechnoTalent. We wonnen regelmatig grote landelijke prijzen. Daarbij werd ik wel heel goed ondersteund en gemonitord door de mensen van de financiële administratie, m.n. Dennis Sinnema en Nico Derwort.

Wat doe je nu zoal?

Van alles wat: Ik ben bijvoorbeeld bezig geweest met het realiseren van een jeu de boules baan in een stadsplantsoen op het Abrikozenplein in Den Haag. Dat vraagt nogal wat overleg met de gemeente en het betrekken van buurtbewoners daarbij, maar we hebben het in een driekwart  jaar voor elkaar gekregen.

Een ander voorbeeld: er hangen overal AED’s in de stad, maar niemand weet of ze allemaal functioneren, daarop is vanuit de gemeente Den Haag geen beleid. Alsof je niet wilt weten of de watertoevoer bij een brand wel functioneert. Ik vind dat dat niet kan en ben met de gemeente en de gemeentelijke politiek in gesprek over hoe je dat kunt verbeteren.
Verder zit ik in een leesclub en heb ik met zeven mannen een zgn. Heerenclub met voornamelijk oud-bestuurders. We behandelen een keer of vier per jaar een dag lang een persoonlijk thema of interessegebied.

En dan nog vier kleindochters tussen 7 en 20 jaar, allen wonend in Den Haag. En ik moet ook nog naar Albert Heijn. Alles bij elkaar verveel ik me niet.

Wat ga je morgen doen?

Overmorgen ga ik met mijn vrouw naar een klooster in Huissen, luisteren naar een koor dat prachtige liederen zingt.

En wat is het mooiste boek, film dat je onlangs las/zag?

Herman Tjeenk Willink: Groter denken Kleiner doen. Wim Kaiser: De laatste tafel. Lieke Marsman: Op een andere planeet wonen ook mensen. Film: Neurenberg. Eigenlijk een pamflet dat je nu op deze tijd van toepassing zou kunnen verklaren.

En het evenement, museum of sportwedstrijd?

Ik verheug me op de Olympische zomerspelen dit jaar, maar niet op het WK voetbal in de VS. En tenslotte een tentoonstelling: Jacob Lawrence in kunsthal KAdE in Amersfoort. Indrukwekkend.

Wie moet de volgende keer geïnterviewd worden?

Els Verhoef

Het laatste nieuws

Olie is geen spawater

Olie is geen spawater

Hij nam een slok van het flesje olie, waarvan hij dacht dat het spawater was. Het was MCT-olie. Ik en vele anderen hadden er nog nooit van gehoord. Zelfs mijn huisarts moest er even op googelen. In mijn column het antwoord.

Lees meer

Doe mee met XNet

Wil je nog zinvolle activiteiten ondernemen? Of mis je de dynamiek van het onderwijs en de hogeschool, én de sociale contacten? Met het opzetten van een netwerk oud-medewerkers willen we daar iets aan doen. Draag bij aan XNet.