Column door Cees van Diest
|
Soms vraag ik me af hoe herinneringen eigenlijk werken. Waarom kan een bepaalde geur of een eenvoudige smaak je ineens tientallen jaren terug in de tijd brengen? Bij mij gebeurt dat nog regelmatig. Het enige wat ervoor nodig is, is een boterham met pindakaas en een kop koffie.
Op dat moment ben ik niet meer de man van nu. Dan zit ik weer als jongetje naast Henk Keereweer in een blauwe Morris-vrachtwagen van de Leidse textielfabriek Krantz. Henk was chauffeur, een man van weinig woorden, maar met een groot hart. En altijd – echt altijd – reed hij met een dikke sigaar in zijn mond. Tegenwoordig zou niemand het meer in zijn hoofd halen om rokend achter het stuur te zitten. In die tijd keek niemand daarvan op. De geur van tabak hoorde net zo bij de vrachtwagen als het rustige gebrom van de dieselmotor. Wat vond ik het prachtig als ik mee mocht. Eerst als nieuwsgierig jochie dat zijn ogen uitkeek. Later als bijrijder. De bestemming was vaak Tilburg, destijds het kloppende hart van de Nederlandse textielindustrie. Achter in de wagen lagen rollen stof, op weg naar de fabrieken en thuisstopsters waar er weer iets moois van werd gemaakt. Voor mij voelde iedere rit als een avontuur. Navigatie bestond nog niet. We reden gewoon de route die Henk al tientallen keren had gereden. Vanuit de richting Den Haag reden we Rotterdam binnen en verdwenen we de Maastunnel in. Vlak vóór de tunnel reden we onder de Euromast door. Dat imposante bouwwerk was toen al wereldberoemd, maar ik was er nog nooit in of bovenop geweest. Iedere keer keek ik er met grote ogen naar. Voor mij hoorde de Euromast net zo bij de reis als de Maastunnel zelf. En dan kwam een van de hoogtepunten van de dag. Van Kekem. Voor duizenden vrachtwagenchauffeurs was het een begrip. Een wegrestaurant langs de Rijksweg 16 waar de koffie altijd klaarstond. Henk stapte naar binnen voor een dampende kop koffie. Ik haalde mijn boterhammen met pindakaas uit mijn trommeltje. Meer had ik niet nodig. Terwijl de chauffeurs hun verhalen uitwisselden, zat ik tevreden mijn boterhammen op te eten en keek mijn ogen uit naar al die vrachtwagens die af en aan reden. Na de koffie reden we door naar Tilburg. Daar wachtte ons steevast een echte Tilburger, een man die de stad op zijn duimpje kende. Hij stapte bij ons in en loodste ons langs talloze adressen van thuisstopsters. Daar werden de rollen Terlenka afgeleverd en later weer opgehaald. De vrouwen werkten thuis met engelengeduld aan het herstellen van kleine weeffouten die tijdens het productieproces waren ontstaan. Als jongen begreep ik nauwelijks wat ze precies deden, maar ik vond het bijzonder dat zoveel vakmanschap gewoon achter de voordeur van gewone woonhuizen plaatsvond. Pas veel later ontdekte ik dat juist die gewone momenten de mooiste blijken te zijn. Niet de grote gebeurtenissen blijven het langst hangen, maar de geur van een sigaar, het geluid van een dieselmotor, de Euromast die boven de stad uittorende, een kop koffie bij Van Kekem en de smaak van een boterham met pindakaas. Nog steeds gebeurt het wel eens. Ik smeer een boterham, schenk een kop koffie in en neem een hap. En voor ik het weet zit ik weer naast Henk Keereweer in de blauwe Morris op weg naar Tilburg, uitklijkend naar het moment dat we stoppen bij Van Kekem. Sommige herinneringen hebben geen foto nodig. Die smaken gewoon naar pindakaas. |



